12-02-12

Mijn hemelkindje

Dag mijn lief hemelkindje,

 

’t Is alweer even geleden dat ik iets op je blogje postte,…

Het jaar is ook alweer even bezig. Is het goed begonnen…? Laat ons zeggen dat het verder kabbelt, door bergen en door dalen met af en toe wat storm die dan ook weer overwaait en plaats maakt voor een stralende zon. Op 2 januari ging de kerstboom en alle kerstversieringen weg. Ik was zo blij dat we die lastige ‘feest’dagen weer achter ons konden laten.

Ik heb me weer helemaal op mijn werk gestort en voelde precies wel als een verademing. Niet dat ik niet graag thuis was, maar het verzette mijn gedachten en deed de tijd snel gaan. Eens 1 januari voorbij is, kijk ik alweer halsreikend uit naar de lente, hoewel de winter dan eigenlijk nog maar pas weer begonnen is.

En de winter, die hebben we de laatste weken wel nogal gevoeld! Echt Siberische temperaturen. Echt niets voor mij, schat, dat weet jij ook. Het enige leuke eraan was dat papa op het onverwachts dus 2 weken thuis is geweest wegens weerverlet.

Weet je, schat, voor het eerst lukt het me aardig niet te veel aan 4 jaar geleden te denken. Ik weet waar we toen zaten. Ik weet waar we toen mee bezig waren. Ik weet in welke orkaan we toen zaten,… Het lukt me redelijk om ‘gewoon’ verder te doen. Ik weet ook wel dat dit over enkele weken misschien niet meer zo goed zal gaan. Ik weet wel dat ik ons boek niet moet openslaan om te lezen wat er vandaag 4 jaar geleden gebeurd was, wat we gedaan hadden, of je een goede of een slechte dag had, of het een dag vol hoop of een dag vol ontgoocheling was. Ik moet je eerlijk zeggen, schat, … Ik heb een tijdje geleden ons boek nog eens in mijn handen gehad, ik ben beginnen lezen,… En ik ben moeten stoppen. Ik heb het sindsdien niet meer open gedaan. Ik heb het boek geschreven en weet dus heel goed wat er in staat,… En nu lukt het me dat niet… En ik voel er me niet schuldig of slecht om,… ’t Is omdat het nu zo moet zijn.

Mijn bolleke, ondertussen heb je weer wat sterrenvriendjes bij gekregen. Gisterennamiddag ben ik nog naar de uitvaart van één van hen geweest. Je weet wel dat ik je een tijdje geleden zei dat je er een sterrenvriendinnetje bij zou krijgen en dat ik je vroeg haar handje vast te houden, haar te helpen met de grote oversteek en haar het hemelse paradijs zou laten zien. Ik weet zeker dat je dat gedaan hebt en dat ze samen met jou en alle andere hemelkindjes dat hemelse paradijs nog mooier maakt.

Op die uitvaart werd een heel mooi verhaal verteld dat ik hier graag op je blogje wil zetten. Ik vond het zo mooi dat ik het vanavond voorgelezen heb voor Jinte en Tieme toen ik hen in bed ging stoppen. Het lukte me niet om in één keer door voor te lezen. Mijn stem stokte af en toe. En toen Jinte mijn tranen van mijn wangen veegde en Tieme mij een knuffel gaf, genoot ik daar zo van maar werd het voorlezen er niet makkelijk op. Toch is het me gelukt het helemaal te vertellen en ook zij vonden het zo mooi. Het gaat als volgt…

 

“ De gouden bal”

Een hemelkindje speelde met een gouden bal, ving hem steeds weer op en gooide hem hoger en hoger tot over de hoogste ster… Hop, daar vloog de bal door de lucht en kwam niet terug. Hij viel steeds dieper , voorbij de hemelpoort, door de hoge wolken, langs de bomen en kwam op aarde terecht. Daar was het diep en donker voor het hemelkindje.

Heel ver beneden zag het een glans . Zou dat de bal zijn of iets anders? Er kwam een engel die zei: “Als je je gouden bal terug wilt hebben, moet je hem gaan zoeken, mijn kind.”

Die reis is moeilijk en het hemelkindje moest daarvoor een mensenkind worden. Maar op de reis zouden de zon, de maand en de sterren wel helpen. Het hemelkindje mocht alleen niet omkijken want dan zou het kunnen verdwalen en moeten terugkeren. En eenmaal de gouden bal teruggevonden mocht het langs dezelfde weg weerkeren. En de engel kuste vaarwel.

Het hemelkind zag de grote wereld beneden, de mensen, de dieren, bloemen, bergen en dalen; mooie en lelijke dingen. Het zag beneden een huisje staan en vergat even zijn gouden bal. Het zag een vader en een moeder die zoveel van elkaar hielden. “erop af dan maar! Nu wou het echt vertrekken. Het trok voorbij de hemelpoort en zei: “Ik kom terug als ik mijn bal heb gevonden.”

Het vertrok langs het sterrenland waar de sterren vroegen waar het hemelkind naartoe trok. Naar de aarde, zei het, tot ik mijn bal terugvind. “Breng je iets voor ons mee als je terugkomt? Mag ik iets in bewaring geven? Het hemelkindje gaf aan elke ster een gouden krul zodat ze begonnen te schitteren van vreugde. Op aarde zagen de moeder en de vader het gefonkel van de sterren, ze zagen ook de sterrenglans in elkaars oen en ze droomden van een kindje.

Dan kwam het voorbij moeder zon. Ook voor de zon moest het iets meebrengen van z’n reis, maar gaf de hemelkroon in bewaring. De zon maakte van het hemelkroontje een zonnestraal. Die reikte van de hoogste hemeltop tot in de diepste kloof op aarde. Vader en moeder kregen het er helemaal warm van. Ze voelden dat er een kindje ging komen. Ze vertelden het aan hun andere kinderen, familie en vrienden en ze zetten het wiegje klaar.

Na de zon kwam het hemelkindje langs vader maan. Hier was het killer en donkerder. Maar vooruit, het mocht niet omkijken. Aan de maan gaf het zijn hemelkleedje in bewaring. Daardoor begon de maan de hele nacht te blinken. Op aarde zagen vader en moeder dat glimlachende gezicht… Nu zou het kindje dra geboren worden en moeder naaide alvast een satijnen hemdje.

Nu had het hemelkindje alleen nog zijn hemelse vleugels. Het was moe van de lange reis maar werd plots opgetild en meegesleurd door een wervelende storm. De wind blies en blies en hielp het kind door de woeste storm de aarde bereiken. Aan de wind gaf het zijn vleugels in bewaring. Op aarde voelde de moeder de storm en de vader wachtte vol ongeduld.

Toen gebeurde het wonder van elke dag: het hemelkindje werd een mensenkind. Vader en moeder op aarde waren blij. Het kindje werd met de beste zorgen omringd, gekoesterd, gewiegd, slapen gelegd op een donzig, wollen kussentje… Het kindje groeide op. Het wiegje werd te klein. Het leerde lachten naar mama en papa, naar broer, naar zus en vond het leuk bij de mensen te zijn. Het leerde kruipen en rollebollen, muziek maken door met een lepel op een bordje te slaan.

Op een nacht ging de hemelpoort open en heel zacht kwam de engel naar het bedje van mensenkindje gelopen. “Kom je terug naar ons?” vroeg het. “Ik heb mijn gouden bal nog niet gevonden” zei het mensenkindje. Het moest nog zoveel leren kennen:  bloemen, vogels, regendruppels, mieren, sneeuwvlokjes, leren koekjes rollen, feest vieren, cadeautjes krijgen,… Het kindje groeide op, het voelde de wind, hoorde de vogels kwetteren en tateren en leerde met de blote voeten te stampen in de plassen. Het leerde eten, leerde zich verkleden als grote mensen, leerde kraaltjes rijgen, leerde samen met mama de was uit te hangen, het leerde stappen in de grote pantoffels van papa…

En daar kwam op een nacht de Engel weer, maar het kind had zijn bal nog niet gevonden. Het moest nog wat leren. Het leerde dat stappen enkel met vallen en opstaan leert. Het leerde dat jet dansen kaarsvlammetje met rust moest laten en dat geurige rozen ook doornen hebben. Het leerde allerlei verdrietjes kennen.

En op een dag spiegelde het zich in de teruggevonden gouden bal. Dan begon de terugreis en de Engel die kwam weer en zou hem veilig terug naar het hemelhuis brengen.

De wind gaf hem zijn vleugels terug (voor de mama en de papa beneden was het een stormachtig verdriet). Aan de maan deed hij zijn verhaal over de heldere stemmen en de doffe tonen wanneer er leugens werden verteld. Deze gaf hem zijn zilveren hemeljurkje terug. (en beneden waren de ogen van de ouders gevuld met tranen) Moeder zon was blij hem weer te zien en het mensenkindje vertelde over de warme woorden van moeder en vader en de warmte van de kachel, hoe warm het onder mensen kon zijn en soms ook koel… Het kreeg meteen zijn hemelkroontje terug. Nu werd er op aarde een zonnestraaltje minder gevoeld (het was alsof de zon uit het hart van moeder en vader verdween.)

Zo kwam het mensenkindje dichter en dichter bij de hemelpoort. De sterrenkinderen zaten ongeduldig te wachten op wat hen was beloofd. Het mensenkindje deed zijn verhaal over kerstmis en de lichtjes in de boom. Over de vonken in de ogen van de mensen als ze vol liefde tegen elkaar spraken maar ook over het uitgedoofde licht. Er werd enorm gefluisterd en de sterren gaven het kindje zijn hemelse krullen terug. (Voor de vader en de moeder beneden leken alle lichten aan de hemel uitgedoofd). Het duurde een tijdje eer ze zagen dat de hemel een nieuwe glans had gekregen? Het deed hen aan hun gestorven kindje denken.

En langzaam kwam er een nieuwe warmte in hun hart, want nu wisten ze dat hun kindje de hemel had bewogen. In de hemel was er een kindje terug van weg geweest. Het vertelde hoe goed het op aarde kon zijn. Elk kindje dat nu geboren wordt, heeft het verhaal van dit hemelkindje gehoord en allemaal willen ze de goede aarde leren kennen.”

 

Mijn hemelkindje, mijn Rytseke, had iemand mij kort voor of kort nadat jij terug een hemelkindje zou worden gezegd dat ik ooit nog warmte in mijn hart zou voelen, dat ik ooit nog zou glimlachen, laat staan schaterlachen, dat ik ooit nog zou van iets zou kunnen genieten, dat ik ooit nog gelukkig zou zijn,… zou ik gezegd hebben: “No way!!!” Hoe zou dat ooit weer kunnen als ik het liefste wat ik ooit zag zou hebben moeten laten gaan? En toch,… Met vallen en opstaan, met de nodige warmte rond me, met papa, je broers en je zus naast me, met jou voor altijd in mijn hart, lukt me dat. Echt waar!!!

 

Mijn schatteke, mijn bolleke, mijn bengelke, mijn engelke, mijn goudklompke,… Ik hou van jou, niet zomaar, maar zoooooooo ontzettend en intens veel!! Voor altijd en overal!

Want ik ben en blijf,…

Ook voor altijd…

Jouw mama XXXX…………..bouw2006 123.jpgDSC02920.JPGDSCN2760.JPGDSCN4478.JPGDSCN4448.JPG

21:17 Gepost door Els, mama van *Rytse, voor altijd... | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.